Jarenlang gold een simpele regel: heb je overgewicht, dan mag je vetinname niet boven de 35 energieprocent uitkomen. Die grens is er nu vanaf. Op 7 juli bood de Gezondheidsraad een nieuw advies aan de minister van Volksgezondheid aan, en de kernboodschap is verrassend: niet het percentage vet of koolhydraten op je bord bepaalt hoe gezond je eet, maar de kwaliteit van wat je in je mond stopt. Dat klinkt logisch, maar het is een breuk met decennia aan voedingsadvies dat juist draaide om harde percentages.
Waarom vet ineens minder streng wordt beoordeeld
De oude norm ging ervan uit dat mensen met overgewicht extra voorzichtig moesten zijn met vet, omdat vet nu eenmaal veel calorieën per gram levert. De Gezondheidsraad concludeert nu dat die aanpak te simpel was. Iemand die zijn vet vooral uit noten, olijfolie en vette vis haalt, zit heel anders in elkaar dan iemand die aan dezelfde hoeveelheid vet komt via chips en gebak. Vandaar dat er nu voor iedereen vanaf vier jaar dezelfde bandbreedte geldt: 20 tot 40 energieprocent vet, ongeacht lichaamsgewicht. Geen aparte, strengere regel meer voor mensen met overgewicht.
Ook het minimum van 40 energieprocent koolhydraten is geschrapt. Dat betekent niet dat koolhydraten opeens verdacht zijn, integendeel. De raad adviseert juist om koolhydraten vooral te halen uit volkorenbrood, havermout, volkorenpasta, zilvervliesrijst en aardappelen, producten die van nature veel vezels en voedingsstoffen bevatten.
Wat er precies verandert in de nieuwe normen
Naast de bredere bandbreedtes voor vet en koolhydraten zijn er ook een paar concrete cijfers bijgesteld. Voor linolzuur, een essentieel vetzuur dat je vooral uit plantaardige oliën en noten haalt, geldt nu een minimum van 4 energieprocent. Voor alfa-linoleenzuur, dat je onder meer in lijnzaad en walnoten vindt, is dat 0,5 energieprocent. Zwangere vrouwen die niet genoeg vette vis eten, krijgen het advies om dagelijks een supplement met 250 tot 450 mg DHA te nemen, met daarin ook wat EPA.
Opvallend is dat de Gezondheidsraad niet klakkeloos de Europese EFSA-normen overneemt. De commissie voeding vond een deel van die normen achterhaald en combineerde in plaats daarvan inzichten van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Nordic Nutrition Recommendations en het Britse Scientific Advisory Committee on Nutrition. Dat verklaart waarom sommige adviezen omhooggaan, zoals voor omega-6, en andere juist omlaag, zoals voor omega-3. Geen eenzijdige aanscherping dus, maar een puzzel van de meest recente studies per onderwerp.
Suiker mag juist strenger, kinderen zitten er ruim boven
Terwijl vet en koolhydraten meer ruimte krijgen, wordt het advies over vrije suikers juist aangescherpt. In lijn met de Wereldgezondheidsorganisatie is het devies om de hoeveelheid vrije suikers zo laag mogelijk te houden, vanwege het verband met overgewicht en tandbederf. Voor de praktijk van voedingsvoorlichting geldt 10 energieprocent voorlopig als tussenstap. Volwassenen zitten daar gemiddeld net onder, met 9 energieprocent. Bij kinderen is het beeld minder rooskleurig: kinderen tussen de 4 en 11 jaar krijgen gemiddeld ruim 13,5 energieprocent vrije suikers binnen, dus flink boven het streefgetal. Denk aan frisdrank, koek en die ene beker vruchtensap die toch niet zo onschuldig is als hij oogt.
Waarom dit past bij de vernieuwde Schijf van Vijf
Wie eerder dit jaar las over de vernieuwde Schijf van Vijf, herkent de lijn. Het Voedingscentrum verlaagde het vleesadvies van 500 naar 300 gram per week, met een maximum van 100 gram mager rood vlees. Dat besluit stond niet op zichzelf: het bouwt voort op precies dit soort onderliggend onderzoek naar voedingspatronen in plaats van losse voedingsstoffen. De Gezondheidsraad benadrukt dat een voedingspatroon met veel groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en zaden goed aansluit bij de nieuwe adviezen, ook al kijk je niet naar losse vet- of koolhydraatpercentages.
Dat is meteen een nuttige denkwijze als je door de supermarkt loopt. Producten die zich met een groen vinkje of een vetarm-label profileren, zijn niet automatisch de betere keuze als ze verder bol staan van de toegevoegde suikers of bewerkte ingrediënten. We schreven al eerder over hoe supermarkten je laten geloven dat je gezond eet, en deze nieuwe voedingsnormen bevestigen dat een etiket lezen meer is dan naar één getal kijken.
Vezels blijven het echte pijnpunt
Terwijl vet en koolhydraten dus meer ruimte krijgen, verandert er niets aan het advies over vezels: de meeste Nederlanders krijgen er nog altijd te weinig van binnen. We schreven eerder al over hoe bijna elke Nederlander te weinig vezels binnenkrijgt, en dat blijft onverminderd actueel. Vezels zijn belangrijk voor een gezonde darmwerking en hangen samen met een lager risico op verschillende chronische ziekten, van hart- en vaatziekten tot diabetes type 2. Het advies om koolhydraten vooral uit volkoren producten te halen, is dan ook direct verbonden met die vezelboodschap: meer volkoren betekent vanzelf meer vezels.
Wat je morgen anders kunt eten
Concreet hoef je niet meteen je hele boodschappenlijst om te gooien. Vervang waar mogelijk verzadigd vet, zoals in roomboter en vet vlees, door onverzadigd vet uit olijfolie, noten en vette vis. Kies bij brood, pasta en rijst vaker de volkoren variant. Houd frisdrank en gezoete zuivel voor jezelf en je kinderen wat vaker in de kast staan, in plaats van in de koelkast. En laat je niet gek maken door een vetarm-stickertje op de verpakking: kijk liever naar het totale voedingspatroon over een week dan naar één percentage op één dag. Precies dat is namelijk de kern van het advies dat de Gezondheidsraad na jaren onderzoek nu op tafel heeft gelegd, en waar het Voedingscentrum de komende tijd zijn voorlichting op aanpast.